Nederland stelt 18 miljoen beschikbaar voor voedselzekerheid op de zes eilanden

DEN HAAG – Het Nederlandse kabinet wil een nieuwe stichting oprichten die de voedselzekerheid op de zes Caribische eilanden van het Koninkrijk moet versterken. Het gaat om Stichting CariFoodFund (CFF), waarvoor achttien miljoen euro beschikbaar wordt gesteld als startkapitaal.
Dat staat in een brief van staatssecretaris Eddie van Marum van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Tweede Kamer.
De oprichting wordt voorgelegd via de zogeheten voorhangprocedure op grond van de Comptabiliteitswet 2016. De Kamer heeft dertig dagen om nadere vragen te stellen voordat de stichting daadwerkelijk wordt opgericht.
Met het fonds wil het kabinet de afhankelijkheid van voedselimport op Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba verminderen. De eilanden zijn sterk afhankelijk van ingevoerd voedsel. Volgens het kabinet is die afhankelijkheid sinds de coronapandemie en geopolitieke spanningen extra kwetsbaar gebleken, vooral voor verse producten zoals groente, fruit, zuivel, vis en vlees.
Fonds
De stichting moet een revolverend fonds beheren. Dat betekent dat het geld niet eenmalig wordt uitgegeven, maar via leningen opnieuw beschikbaar komt. Ondernemers in landbouw, tuinbouw, veeteelt en visserij kunnen straks gebruikmaken van verschillende leningproducten, waaronder laagrentende en achtergestelde leningen.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stort achttien miljoen euro als eigen vermogen in de stichting. Door samenwerking met banken en pensioenfondsen moet dit bedrag worden vergroot. Er zijn inmiddels zes zogeheten Letters of Interest ontvangen van financiële instellingen. De verwachting is dat het fonds kan doorgroeien naar minimaal vijftig miljoen euro.
Naast financiering wil de stichting een academie opzetten voor kennisontwikkeling, training en ondersteuning van ondernemers en overheden op de eilanden.
Totale budget
Het totale budget voor voedselzekerheid bedraagt 24 miljoen euro. Zes miljoen euro is gereserveerd voor subsidies en bijdragen aan lokale overheden voor beleids- en infrastructurele maatregelen. De oprichting van de stichting heeft betrekking op de eerste pijler: het stimuleren van ondernemerschap via het revolverend fonds.
Volgens het kabinet is bewust gekozen voor een zelfstandige stichting en niet voor uitvoering via bestaande organisaties. Daarmee kan private financiering worden aangetrokken en kan gerichter worden ingezet op de voedselproductiesector.
Als de Tweede Kamer geen bezwaar maakt, kan de stichting nog dit jaar starten met het ondersteunen van ondernemers in de agrarische sector


































